Gustaaf de Haas

Door Joop Bouwma

Gustaaf de Haas - actie voeren is niks voor ons "Actie voeren is niks voor ons"

Gustaaf de Haas laat één keer van zich horen

De politie was al aan de deur, of "ie"het spandoek onmiddelijk wilde verwijderen, want er was over geklaagd. Over mijn lijk dacht Gustaaf de Haas uit Haarlem. En dat dreigement voegde hij beide agenten ook toe.

Het doek hangt er nog, aan de gevel van zijn huis. "Hel daaro Hito". Op een wat onbeholpen manier wenst Gustaaf de Haas de overleden Japanse Keizer Hirohito naar de hel. Hij zal de kreet pas weghalen op 24 februari, de dag van de begrafenis. "Dit is voor het eerst dat ik zoiets doe, ik ben geen actievoerder. Toen de eerste berichten kwamen dat Hirohito op sterven lag, heb ik mij voorgenomen een spandoek op te hangen. Dit is mischien mijn enige uiting naar buiten toe. Ik heb nog nooit op de dood van iemand zitten wachten, maar ik heb wel verlangd naar het moment dat ik dit spandoek kon ophangen". Hij krijgt sinds het spandoek er hangt emotionele telefoontjes, maar laat die aan zijn vrouw over. "Ik kan dat niet aan. Ik ben geen hulpverlener". En zijn vriendelijke milde blik, krijgt plots iets vastberadens, als hij zegt: "Dat spandoek moeten ze me niet afpakken. Desnoods ga ik door muren, maar het zal blijven hangen". Op straat kijken voorbijgangers verbaasd omhoog, niet iedereen begrijpt de wat cryptische kreet. "Ik vind het voldoende als de mensen kijken".


Gustaaf de Haas laat één keer van zich horen

Kempetai

Gustaaf de Haas (54) is slachtoffer van de Japanse bezetter in Nederlands-Indië. Als zeven-jarig jongetje heeft hij samen met zijn moeder een half jaar gevangen gezeten in het hoofdkwartier van de Japanse geheime dienst Kempetai , op Java. Hij heeft gezien hoe mede gevangenen werden gemarteld, in naam van de keizer. Hij zag hoe zijn moeder werd gefolterd met elekriciteit, hoe ze werd gemolesteerd, in naam van de Keizer. En lang na de bevrijding las hij in officiële stukken dat zijn vader kort voor, of mischien zelfs na de caputilatie, door de jappen was onthoofd, in naam van Hirohito. Meer dan 45 jaar na dato ondervindt Gustaaf de Haas lichamelijk- en geestelijk de gevolgen van zijn oorlogservaringen. Hij kan zijn eigenlijke werk niet meer doen, lijdt aan een oorlogssyndroom. Het sterven van Hirohito, voor hem is de keizer het symbool van al het kwaad dat hem als kind overkwam, heeft veel losgemaakt. "Ik ben wat verward, vraag me niet naar data of precieze feiten". Uit een soort van gewoonte spreekt Gustaaf van Gestapo als hij Kempetai bedoelt. "Dat is het probleem hè. Alleen de oorlog in Nederland bestaat. Zodra er maar even over de oorlog wordt gepraat, gaat het om de oorlog hier en dan luister je met gepaste beleefdheid naar de verhalen. Maar de oorlog in Indië, nee, dat leeft niet echt."

Hakenkruis

"Vandaar dat ik niet allen de rode bol uit de Japanse vlag, maar ook het hakenkruis op het spandoek heb gezet. Ik wil daarmee zegen: "Voor jullie was het hakenkruis het symbool van het kwaad, maar bij mij is die rode bol nog steeds in het geheugen gegrift". Hij is door de jaren heen echt anti-Japans geworden. Koopt, als het even kan, geen producten van Japanse makelij. "Gek eigenlijk, mijn moeder is lang niet zo anti-Japans. Terwijl zij ook vreselijke dingen heeft meegemaakt". Praten over de oorlogservaringen met zijn moeder is vrijwel onmogelijk. "Ze durft het niet en ik durf het ook niet goed aan te roeren, terwijl we toch zoveel hebben meegemaakt. Ike heb haar ook niet verteld van het spandoek".

Gustaaf's vader, onder-luitenant H.J. de Haas in het Koninklijk Nederlands-Indish Leger (KNIL), is een van de weinigen die na de Japanse invasie uit bezet gebied wisten te ontkomen. De Haas leidde een groepje van vier personen dat, na een lange omzwerving over Java, uiteindelijk met een niet-zeewaardig bootje Australië bereikte. In Australië kon de Haas aan de Nederlandse militaire inlichtingendienst, NEFIS, waardevolle informatie geven over de toestand waarin de Nederlanders in die dagen op Java verkeerden. Kort na zijn aankomst in Australië werd de Haas belast met de opleiding van geheim agenten, die in Nederlands-Indië opereerden. In 1944 werd hij zelf op een missie gestuurd naar Java. Daar is de KNIL officier door een bestuursambtenaar verraden en door de Jappen opgepakt. Pas na de capitulatie hoorde Gustaaf de Haas dat zijn vader was geëxecuteerd. Veel later bleek dat hij was onthoofd. "We weten niet wat ze met zijn lichaam hebben gedaan. We hebben hem niet kunnen begraven. Er is nog één foto, die heb ik gelukkig in mijn bezit."

Terug naar Java

"Drie jaar geleden kon ik het me veroorloven om een keer terug te gaan naar Java. Ik heb daar de gevangenis in Djember bezocht. Daar heeft hij gezeten. Om toch maar een glimp te hebben gezien van de plek waar mijn vader ooit is geweest". Veel herrinert hij zich niet van zijn vader. "Ik zie hem nog wel voor me in zijn militaire uniform. En ik weet nog dat ik hem met mijn moeder heb uitgezwaaid, toen hij na de Japanse inval ten strijde trok". Toen de Jappen er destijds achter kwamen dat de Haas was ontsnapt, werd eerst Gustaaf's moeder opgepakt. Ze werd gefolterd en moest onder dwang een brief naar haar man schrijven zodat deze zich bij de Jappen zou melden. "Ik geloof niet dat ze de brief geschreven heeft. Ze heeft gezegd dat ze niet wist waar hij zat". Uiteindelijk werd ook de zeven-jarige Gustaaf opgepakt en gevangen gezet in het hotel dat de Kempetai als hoofdkwartier gebruikte. "Ik heb daar de meest afschuwelijke dingen gezien. Alles wat je maar aan martelingen kunt bedenken. Je moest kijken. Dagelijks buigen voor de Japanse vlag. Eerbetoon aan de Keizer. En als je dat niet goed deed, werd je gestraft. Dan moest je een dag lang zonder enige bescherming in de felle zon staan. Daarom, Hirohito is voor mij het symbool van de ellende. Ik begrijp het , het leven gaat door. Maar tussen begrijpen en billijken zit een groot verschil. Begrip mag je van de Indische Nederlander, die de Japanse bezetting hebben ondervonden niet vragen. "Toen Hirohito in de jaren zeventig naar Nederland kwam, raakte dat Gustaaf de Haas diep. "Wim Kan voerde een campagne, maar het had geen effect. Ik dacht, als het Kan niet lukt wat moeten we dan nog. Actie voeren is niets voor ons. We hebben nooit anders gedaan dan aanpassen, beleefd zijn, netjes Nederlands spreken, assimileren. Maar het verleden assimileer je niet weg".

"Niet namens mij"

Als het aan Gustaaf de Haas ligt, laat Nederland geheel verstek gaan op de begravenis van keizer Hirohito. Hij ergert zich aan "het geleuter" van oud-premier van Agt die vanuit Tokio riep dat er toch op zijn minst een minister naar de begrafenis zou moeten en aan het "gemarchandeer" van vice- voorzitter Boekholt van de gezamenlijke Indische organisaties, die zei dat er hoogstens een hoge ambtenaar zou moeten gaan. "Er moet niemand gaan. Maar ik weet het, ze zullen toch gaan. En daarom zeg ik, of nu de Koningin gaat of minister Van den Broek, ze gaan niet namens mij."